Beleid en protocollen

Pedagogisch Beleidsplan kinderdagverblijf “ De Vlindertuin  ”.

Hoofdstuk 1 Inleiding

Algemeen

Welkom bij De Vlindertuin.
Kinderopvang De Vlindertuin is een professioneel kinderdagverblijf in Enschede.
Wij bieden kinderdagopvang aan kinderen van 8 weken tot 4 jaar,

Kinderen worden verzorgd en begeleid door gekwalificeerde groepsleidsters, die minimaal spw3 of een soortgelijke opleiding hebben behaald.

Doel en functie van dit pedagogische beleidsplan

Kinderen

In dit plan zijn visie, doelstellingen en uitgangspunten beschreven met betrekking tot de
opvang die ons kinderdagverblijf biedt voor kinderen van 8 weken tot 4 jaar.
De kinderen staan bij ons centraal.

Ouders

In hoofdstuk 2 maken wij aan ouders duidelijk wie wij als onze 'klanten' beschouwen. In
hoofdstuk 3 vertellen wij over de visie op opvoeding van De Vlindertuin medewerkers. In de
daarop volgende hoofdstukken zetten we uiteen wat u van ons mag verwachten en hoe u
kunt controleren hoe die verwachtingen waar gemaakt worden. Hoofdstuk 7 laat zien hoe
De Vlindertuin het werken met kinderen steeds verbetert.

Medewerkers

Nieuwe medewerkers van De Vlindertuin kunnen tijdens hun introductie in dit pedagogisch
plan lezen wat er van hen wordt verwacht.
Medewerkers die in de toekomst enige tijd bij ons werken en die de pedagogische uitgangspunten van onze organisatie nog eens willen naslaan, kunnen dit boekje daarvoor gebruiken.
Dit pedagogische beleidsplan biedt algemene kaders en richtlijnen. Kinderopvang is
een zeer dynamische werkvorm. Kinderen ontwikkelen zich, situaties veranderen dagelijks
en telkens gebeuren er weer verrassende dingen. Het is uitdagend werk. Het vraagt van de
leidsters een grote creativiteit maar vooral sensitiviteit voor de behoeften van de kinderen.


Hoofdstuk 2 Typering van de klant en wat de klant vraagt

Op de dag van de geboorte ligt het kind in de armen van zijn vader of moeder. "Op wie zij/hij
lijkt", is het meest besproken onderwerp. Ouders zijn natuurlijk nieuwsgierig welke van hun
goede en minder goede erfelijke eigenschappen straks in hun kind terug te vinden zijn. Er
ontstaat een hechte en unieke band omdat kind en ouders zich tot elkaar aangetrokken
voelen.
Lang kunnen ouders echter niet stilstaan bij de vragen over wat zij erfelijk aan het kind
hebben geschonken. Onmiddellijk na de geboorte doet het kind een dwingend appèl op het
gevoel van de ouders dat hen stimuleert met opvoedende acties te beginnen. Zo voeden de
ouders het kind op en…het kind de ouders.
Het kind moet een volwassene worden die onder eigen verantwoordelijkheid zijn
'levensweg' kan bepalen. Tussen het tijdstip van geboorte en het moment waarop hij
volwassen is, moet er veel tot ontwikkeling komen. Bij die ontwikkeling is hulp nodig. De
erfelijke eigenschappen zullen de ontwikkeling van het kind dwingend richting geven. De
goede opvoeding zorgt voor het juiste groeiklimaat en bepaalt, door het stellen van
grenzen, mede de richting. Zo zal bijvoorbeeld een kind van muzikale ouders meer
gelegenheid krijgen talenten op het gebied van muziek te ontwikkelen en zal het, indien de
ouders beperkte financiële middelen hebben, met die beperking leren leven.
Tijdens de ontwikkeling zal het kind leeftijdgenoten ontmoeten. Het ervaart dan welke
overeenkomsten en verschillen er zijn. Het leert eigen unieke persoonlijke eigenschappen
en kwaliteiten kennen. Ouders maar ook andere volwassenen zullen daarbij helpen.
Uiteindelijk moet elk kind een volwassene worden met een goede kwaliteit van leven: een
goede lichamelijke en geestelijke gezondheid, voldoende mate van onafhankelijkheid, goede
sociale relaties, controle over haar omgeving en respect voor haar spiritualiteit, religie en
persoonlijke overtuiging.

De Wet Kinderopvang schrijft voor dat op kindercentra minstens aan de vier
volgende competenties gewerkt moet worden: emotionele veiligheidsgevoel, sociale competenties, persoonlijke competenties en het besef van normen en waarden.

Het bieden van een gevoel van veiligheid is de meest belangrijke pedagogische doelstelling voor alle vormen van kinderopvang.
Om dit zo goed mogelijk na te streven zorgen we voor vaste en zorgzame leidsters. De beschikbaarheid van zorgzaam reagerende opvoeders in de eerste levensjaren blijkt bevorderlijk voor de veerkracht van kinderen, ook op de langere termijn.
Wij vinden het belangrijk dat een kind zichzelf kan zijn, dat hij mag lachen en huilen.
Maar ook boos zijn moet worden geuit en besproken.
Dit neemt de leidster op zich door het kind even apart te nemen voor een gesprekje en te benoemen wat zij waarneemt.

Elk kind heeft een vaste groep met vaste leeftijdsgenootjes, in een vertrouwde groep kunnen kinderen gevoelens van verbondenheid en sociale verantwoordelijkheid ontwikkelen.
Het begrip "sociale competentie"omvat een grote hoeveelheid aan sociale kennis en vaardigheden, zoals zich in een ander kunnen verplaatsen, kunnen communiceren, samenwerken, andere helpen, conflicten voorkomen en oplossen, het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid. De interactie met leeftijdsgenoten, het deel zijn van een groep en het deelnemen aan groepsgebeurtenissen biedt kinderen een leefomgeving voor het opdoen van sociale competenties. Het geeft aan kinderen kansen om zich te ontwikkelen tot evenwichtige personen die functioneren in de samenleving.

Om de persoonlijke talenten zo goed mogelijk tot uiting te laten komen is het nodig om de ruimte zodanig in te richten dat een kind zich veilig voelt en met aan de leeftijd aangepast materiaal kan spelen.
Voor elk leeftijd is er iets anders om te leren en ontdekken, zoals kleuren, kleien, puzzelen, springen, rennen etc.
Door hierbij complimentjes te geven bouwt een kind zelfvertrouwen op en is hij bezig zijn
creativiteit te ontwikkelen.


Op het kinderdagverblijf gelden bepaalde regels zoals;
-samen delen,samen spelen
-geen grof taalgebruik
-geen fysiek geweld
-elkaar uit laten praten
-niet gooien met speelgoed
-geen speelgoed e.d. vernielen
-niet rennen op de groep
-handen wassen voor en na het eten
-handen wassen na toilet gebruik
Wij proberen de kinderen daarnaast zoveel mogelijk de waarden en normen uit de maatschappij bij te brengen.
De heldere regels en afspraken op het kinderdagverblijf zorgen voor besef van normen en waarden en het bereiken van onderling respect.
Kinderen leren om met andere culturen om te gaan, wat erg belangrijk is in een Multi- culturele samenleving.

Maar om bij het begin te beginnen…het kind is net geboren en nog grotendeels afhankelijk
van de zorgen van zijn ouders. Telkens als het ongenoegen voelt, maakt hij dit luid en
duidelijk kenbaar. Enkele ogenblikken later verschijnt het gezicht van één van haar/zijn ouders en worden zijn primaire behoeften met voeding, extra warmte, of verschoning bevredigd.
Maar ook ontdekt het kind al snel het plezier van contact en gaat daarom vragen. Graag
beantwoorden ouders deze ‘vraag van het kind’ en gaan ermee door totdat het kind
aangeeft dat het genoeg is. De baby laat zien dat hij moe is en de ouders begrijpen dat het
bedtijd is. Soms meldt hij zich op tijden dat een reactie van zijn ouders niet nodig is of niet
past. De ouders laten hem dan even huilen en maken hem zo duidelijk dat er grenzen zijn.
Het kind bevindt zich in een perfect 'groeiklimaat'. De lichamelijke en geestelijke
ondersteuning die het vraagt worden op afroep geboden. Er worden grenzen gesteld en de
fysieke omgeving wordt qua veiligheid, licht, lucht en temperatuur door de ouders
zorgvuldig bewaakt.
Dan komt het moment dat de ouders niet meer dagelijks voor de opvoeding van hun kind
beschikbaar zijn. Zij moeten hun opvoedingsverantwoordelijkheid met anderen gaan delen.
Zij kiezen voor professionele kinderopvang.
In de opvoedingsvraag van het kind verandert hierdoor bijna niets. Het wil op zijn 'wenken'
bediend blijven worden door iemand die dat minstens even goed kan als zijn ouders.
Als het zich meldt voor lichamelijke verzorging, moet die geboden worden.
Als het kind zich meldt voor contact, moet dat tot stand komen. Er moeten grenzen gesteld
worden. De fysieke omgeving moet goed worden bewaakt.
Als het kind wat ouder wordt, komen daar nog de behoefte aan goed speelgoed en aan
contact met andere kinderen bij. Deze behoefte zal het kind in eerste instantie niet zelf
aangeven maar de opvoeders weten dat dit in het perspectief van de verdere ontwikkeling
noodzakelijk is en het kind er impliciet daarom behoefte aan heeft.

Ouders willen de opvoedingsverantwoordelijkheid alleen maar delen met iemand die zij
kunnen vertrouwen. Zij willen er zeker van zijn dat hun kind als uniek wezen wordt
gerespecteerd en dat alles wat de ouders over hem zeggen serieus wordt genomen. Zij
willen dat zij bij onduidelijkheden over het kind worden geraadpleegd. Zij willen dat er
eerlijk over hun kind wordt gerapporteerd, zowel dingen die goed gaan als dingen die niet
zo goed gaan.
Hun kind is namelijk hun meest dierbare bezit en zij willen dat het goed gaat met hem. Zij
blijven als eerstverantwoordelijken de regie houden in de opvoeding.
Zij kiezen voor professionele kinderopvang omdat zij verwachten dat de leidsters die er
werken door hun vakopleiding de vraag van de ouders en die van het kind kennen.
Leidsters hebben inzicht in het totale opvoedingsverloop en weten daarom wat de behoefte
is aan ontwikkelingsstimulering passend bij de verschillende niveaus van het kind. Zij
kunnen omgaan met groepen en toezien dat de onderlinge contacten van de kinderen goed
tot stand komen. Leidsters zijn in staat om kinderen van dezelfde leeftijd met elkaar te
vergelijken en te signaleren wanneer één van hen het niet goed maakt. Er zijn namelijk
kinderen met ogenschijnlijk "verborgen" problemen. Het zo vroeg mogelijk signaleren van
deze problemen maakt het mogelijk vroeg de noodzakelijke hulp in de vorm van
professionele begeleiding te organiseren.
Het professionele niveau van de leidsters wordt gecontroleerd door de directrices. De directrices zorgen er bovendien voor dat landelijke ontwikkelingen op het gebied van
opvoeding bij de leidsters en via hen ook bij de ouders bekend worden.

Samenvatting

De groei van een kind wordt bepaald door zijn erfelijke aanleg en opvoeding. Tussen kind en
ouders ontstaat een unieke band waardoor afstemming van vraag en aanbod goed verloopt.
In contact met leeftijdgenoten leert het kind dat het een uniek wezen is met zijn eigen
talenten en temperamenten.
Ouders willen opvoedingsverantwoordelijkheid delen op voorwaarde dat hun kind als uniek
wezen wordt gerespecteerd, dat het goed wordt verzorgd en in zijn ontwikkeling wordt
gestimuleerd. Zij kiezen voor professionele kinderopvang omdat vakkundige leidsters de
vraag van ouders begrijpen en respecteren, de opvoedingsvraag van elk individueel kind
kunnen beantwoorden en groepsprocessen kunnen hanteren. Hun vakmanschap wordt
gevoed en gecontroleerd door de directrices. Indien nodig kunnen eventuele problemen vroegtijdig worden opgespoord. Hierdoor kunnen kinderen met problemen in een
vroeg stadium de juiste (eventueel externe) hulp krijgen.

Hoofdstuk 3 Visie

Alle (toekomstige) leidsters die in dienst zijn van De Vlindertuin beschouwen elk kind als een unieke persoonlijkheid met een eigen lichamelijke verschijning, een eigen groeipatroon, een eigen ontwikkelingspatroon en een eigen temperament.
Elk kind heeft ouders met een eigen levensovertuiging, sociale achtergrond en etniciteit.
Dit maakt elk kind apart en verschillend van anderen. Juist het verschil tussen kinderen maakt
het werken met hen erg aantrekkelijk. Elke dag maken de leidsters originele en nieuwe dingen mee.
Kinderen  reageren spontaan op elkaar en op de nieuwe dingen die ze ontdekken. Zij hebben hun voorkeuren. Iedere keuze wordt gerespecteerd tenzij het kind enig risico loopt of gevolgen van zijn keuzes niet kan overzien.
De leidsters behoeden de kinderen voor gevaren en beschermen het tegen onheil.
Kinderen mogen zichzelf zijn. Het gaat erom dat zij zich veilig voelen en wel bevinden.
Pas wanneer zij goed in hun vel zitten, is er aandacht voor de ontdekking van nieuwe (leer-)
gebieden en kunnen zij groeien. Al spelend leren zij steeds meer buiten hun eigen
ervaringsgebied en proeven aan nieuwe dingen. Nieuwsgierig geworden nemen zij daar
kennis van en spelen al lerend verder.

Ook goede lichamelijke verzorging is belangrijk. De leidsters zorgen dat de kinderen op tijd
en met regelmaat hun voeding krijgen. Ze mogen altijd extra drinken en als er hulp nodig is
bij het naar de toilet gaan of bij het handen wassen, is dat nooit een probleem. Leidsters
maken van die gelegenheid gebruik om de kinderen te leren dat zoveel mogelijk zelf te
doen.

Na inspannende bezigheden is er rust.
Regelmatig komen dezelfde activiteiten terug zodat de kinderen kunnen anticiperen op wat komen gaat.
De ouderwetse regel dat je bij opvoeding moet zorgen voor Reinheid, Rust en Regelmaat is
eigenlijk nog steeds actueel.

De leidsters van het kinderdagverblijf beseffen goed dat de groep anders is dan een gezin.
In de groep zijn de verhoudingen tussen de leidsters en de kinderen totaal anders, alleen al
omdat er veel meer kinderen zijn. De leidsters zijn daardoor in vergelijking met thuis meer
op afstand aanwezig en de kinderen zijn meer op elkaar aangewezen; onderlinge relaties
van de kinderen lijken een belangrijke plaats in te nemen. De leidsters maken gebruik van
de groepsdynamica. Door de steeds weer terugkerende vaste dagelijkse rituelen zoals het
“goedemorgen liedje”, het samen eten, het samen opruimen ( “opruimliedje”), weten de kinderen wat ze moeten doen en wat de gangbare regels zijn. Pas indien een kind een groepsregel overtreedt wordt het daarop aangesproken. De leidster probeert op een dergelijk moment de redelijkheid in te laten zien.
Daarbij toont de leidster altijd eerst begrip voor de beweegredenen van het kind.
De emoties van de kinderen hebben speciale aandacht. Leidsters benoemen de emoties: "Je
vindt dat leuk hè?" of "Ik zie dat je erg boos bent". Een kind dat verdriet heeft wordt
getroost, een boos kind wordt geholpen om zijn boosheid op te lossen. Vreugde wordt
gedeeld, maar ook kinderen die even minder in de aandacht staan krijgen regelmatig een
aai over de bol, een complimentje of een knuffel.
Dit werken vanuit de dingen die de kinderen aangeven vraagt van de leidster een goede
"antenne", grote sensitiviteit. Dit is eigenlijk het leukste van het vak. Juist in
aansluiting op de individuele behoeften van het kind proberen zij de doelen te halen die de
ouders aan de kinderopvang stellen. Die aansluiting vraagt nu juist grote sensitiviteit!

Werken bij " De Vlindertuin " betekent voor leidsters ook regelmatig overleg.
Daarbij wordt gesproken over de kinderen, de activiteiten, materialen die de
kinderen in de verschillende ontwikkelingsfases krijgen aangeboden en hoe zij
aangemoedigd worden ermee te gaan spelen.
Elke leeftijd heeft zo zijn eigen aanbod nodig.

Samenvatting

Elk kind is een uniek menselijk wezen. Het heeft een eigen groeipatroon. Het volgt zijn
eigen weg naar volwassenheid. Het kind alleen kan de volwassenheid niet bereiken.
Het heeft volwassenen nodig die hem opvoeden.
Het belangrijkste daarbij is dat zij gevoelig zijn voor de behoeften van elk individueel kind.
De opvoeders ondersteunen het kind bij moeilijke stappen, reiken hulpmiddelen aan,
behoeden het voor gevaren, beschermen het tegen onheil. Zij laten het belang van het kind
altijd prevaleren en houden hun eigen belangen zorgvuldig op de achtergrond.
De weg naar de volwassenheid is te verdelen in verschillende fasen waarin het kind telkens
een ander gedragrepertoire leert. Vanzelfsprekend is ook in elke fase typische
ondersteuning nodig.

Hoofdstuk 5 Het product

Wanneer ouders op zoek zijn naar een plaats voor hun kind kunnen zij zich voor
informatie melden bij De Vlindertuin.
Er is altijd een medewerker die een en ander wil toelichten.
Ook kunnen ouders voor informatie terecht op de website www.kdv-devlindertuin.nl
of kunnen zij het informatieboekje aanvragen.


Het intakegesprek.

Op de locatie worden ouders en kind ontvangen voor een intakegesprek door een van
de twee directrices. Deze vraagt aan de ouders of zij hun kind willen beschrijven.
Wat voor een kind is het, wat zijn de dingen die het al goed kan, wat heeft speciale
aandacht nodig? Als de ouders een wens kenbaar hebben gemaakt, vertelt de
directrice wat kan en wat niet.. Er worden heldere afspraken gemaakt.
De directrice vraagt expliciet de ouders of zij nog vragen of opmerkingen hebben
over het toegestuurde pedagogisch beleidsplan.
Waar komt de opvoeding thuis overeen en waar wijkt het af.
Op welke wijze kan er op De Vlindertuin tegemoet gekomen worden aan de wensen
van ouders op dit terrein. Ook hierover worden afspraken gemaakt. Vervolgens wordt kennis
gemaakt met de kinderen van de groep. Het kind mag dan even meedoen met de activiteiten waarmee de andere kinderen op dat moment bezig zijn. De ouders kunnen zien hoe het hun kind bevalt.
Leidsters en ouders wisselen informatie uit over de dagelijkse gang van zaken.
Gespreksonderwerpen zijn: de dagen waarop het kind komt, het ophalen en wegbrengen,
bijzonderheden m.b.t. gezondheid, voeding, hoe het kind thuis speelt etc.
Er wordt benadrukt dat de ouders daarnaast altijd telefonisch contact op mogen nemen. Daardoor kan wederzijds vertrouwen groeien wat voor een goede begeleiding van het kind noodzakelijk is.
Daarnaast is er een schriftje waarin ouders, van kinderen tot 2 jaar als zij dat wensen,
met leidsters over de dagelijkse gang van zaken corresponderen. In het begin zullen de leidsters veel over het kind te vragen hebben.


Open en eerlijke communicatie

De leidsters van De Vlindertuin beschouwen het als een eer dat zij een bijdrage mogen
leveren aan de opvoeding van het kind. Zij beseffen dat dat alleen goed kan als er een open
en eerlijke communicatie rond het kind is. Als leidsters iets aan het gedrag van het kind menen te zien dat afwijkt van het gedrag van andere kinderen, zullen zij dit melden .
Er wordt van elk kind een observatierapport gemaakt die naderhand met de ouders besproken wordt in een
10-minuten gesprek. Deze zal eens in het halfjaar plaatsvinden.
Ook als er fouten gemaakt worden, wordt daarover onmiddellijk en eerlijk gesproken zodat zo snel mogelijk zaken kunnen worden hersteld. Fouten en (bijna) ongevallen worden bij De Vlindertuin ook vastgelegd op een meldingsformulier.

Overeenkomst

De directrice legt afspraken vast in een overeenkomst die ouders en De Vlindertuin
sluiten. Zij zorgt er ook voor dat de leidsters goed van de afspraken op de hoogte zijn. Tenslotte wordt met de ouders afgesproken op welke dag het kind voor het eerst komt wennen.

Vervolggesprekken

Over de dagelijkse gang van zaken hebben de leidsters aan de ouders nog veel meer te
vertellen maar dat past niet in het eerste gesprek. Immers daar gaat het de ouders er
alleen maar om te zien en in te schatten of hun kind het op zijn nieuwe plekje naar de zin
zal hebben. Daarom richt de directrice zich tijdens het kennismakingsgesprek alleen
hierop en daarom ook betrekt zij het kind zoveel mogelijk in het gesprek.
Als de ouders hun kind brengen of ophalen kunnen telkens andere zaken even kort aan de
orde komen.

Opvallend gedrag

Signaleren, observeren en verwijzen.

Als een leidster, die dagelijks omgaat met kinderen, een kind zich opvallend
ziet gedragen en het gevoel krijgt dat er iets niet klopt dan neemt zij haar gevoel serieus.
Zij deelt haar ongerustheid met collega’s en vervolgens met de ouders .
Als mocht blijken dat het gedrag buiten de norm valt of als daar nog aan wordt getwijfeld,
dan wordt de ouders geadviseerd contact te zoeken met een professionele instelling.
Bij De Vlindertuin beseft men hoe belangrijk het is in de eerste ontwikkelingsfase van
kinderen meteen maatregelen te nemen als het vermoeden bestaat dat iets niet helemaal
goed verloopt. Men signaleert liever te veel dan te weinig!

Het kind in de groep

Voor een kind verschilt natuurlijk de kindergroep erg van de gezinssituatie. Thuis krijgt een
kind reacties van volwassenen die er vooral op gericht zijn hem zo goed mogelijk te
begrijpen en hem “van dienst te zijn” In de groep ontmoet een kind leeftijdgenootjes die
met zichzelf bezig zijn. Temidden van hen moet hij een plaatsje veroveren. Hij moet zorgen
dat hij zich “verstaanbaar” maakt, hij moet zijn favoriete speelgoed zien te bemachtigen.
Hij krijgt bevestiging en genegenheid, hij ervaart ruzie en jaloezie. Bovendien heeft het kind
andere kinderen als voorbeeld. Zo stimuleert hun spelen zijn spel en hun eten zijn eten.
Het kind ontdekt dat de groep kinderen gewoonten heeft ontwikkeld waaraan het zich moet
aanpassen of niet. Het merkt dat er regels zijn en het neemt al of niet deel aan rituelen.
Het kind zal ook merken dat in de dynamiek van het groepsgebeuren er altijd één constante
factor is en dat is de leidster. Zij houdt alles in de gaten, helpt, legt uit, bemiddelt in
conflicten, beoordeelt gedrag t.o.v. regels, altijd op eenzelfde consistente manier. Zij biedt
zodoende alle kinderen veilige grenzen waarbinnen zij mogen experimenteren en oefenen.

Groepssamenstelling

Op het kinderdagverblijf zijn er 2 groepen aanwezig voor kinderen van  8 weken tot 4 jaar en
1 groep voor kinderen van 8 weken tot 4 jaar.
Bij verticale groepen zijn doorgaans 4 baby’s en 8 ukken en peuters bij elkaar. Jongere
kinderen leren van oudere en oudere kinderen leren met de jonge rekening houden.
Ook wordt hierbij mogelijk de thuissituatie nagebootst, omdat in verscheidene gezinnen broertjes en zusjes aanwezig zijn. Op de horizontale babygroep is alles uiteraard op baby's gericht.

Inrichting van de leefomgeving

Aan de ruimtes van De Vlindertuin is aandacht besteed aan (brand-)
veiligheid, hygiëne en de gezondheid van de mensen die er vertoeven. 

Om de hygiëne en gezondheid te bewaren houden we ons aan bepaalde gebruiken.
Zoals: handen wassen voor en na het eten, handen wassen na het toiletteren, de groep dagelijks schoonhouden ( d.m.v. afnemen, stofzuigen en dweilen), materialen worden wekelijks gewassen/schoongemaakt, de verschoonruimte wordt met desinfecterende spray behandeld.
Ook wordt er een risico inventarisatie gezondheid bijgehouden om dit zo vlekkeloos te laten verlopen. Elke ruimte wordt afzonderlijk voldoende gelucht, wij beschikken over grote ramen in elke ruimte. Een kinderdagverblijf kan niet uitsluiten dat een kind een bacterie of virus via het dagverblijf oploopt, dat kan immers overal, maar een kinderdagverblijf kan wel veel onnodige overdrachten voorkomen

Naast dat we goed letten op de gezondheid en hygiëne is zijn de ruimtes kindvriendelijk ingericht. Dat wil zeggen dat kind in het gebouw waar hij is, zelf zijn weg kan vinden, door deuren kan, bij de kraan kan. Uitsluitend buitendeuren en die van ruimtes waar kinderen absoluut niet mogen komen (schoonmaakkast) zijn beveiligd zodat het kind, als hij op ontdekkingstocht gaat, niet kan “ontsnappen” aan de aandacht van de leidster. De ruimten zijn rustig en overzichtelijk. In de groepsruimten kunnen het kind en zijn leeftijdgenootjes bezig zijn met allerlei activiteiten maar zij kunnen er ook rust vinden.
Inventaris en speelgoed zijn aangepast op de maten en het ontwikkelingsniveau van het
kind en voor hem vrij bereikbaar. Hij moet na het spelen op gezette tijden het speelgoed
weer op vaste plaatsen terug leggen.

Groepssruimte.

De kinderen hebben elk een vaste groep;  Boswitje, Dwergblauwtje of Koolwitje.
Per groep kunnen wij 15 kinderen opvangen, dit omdat er wettelijke regels zijn betreffende de oppervlakte in verhouding tot het kind. Bij de babygroep mogen 8 kinderen worden opgevangen.
Per kind is 3,5 m2 groepsruimte verplicht.
Op de groep hebben wij verschillende hoeken voor verschillende leeftijden.
Ook is er speelgoed gericht op de leeftijd van het kind.
Speelgoed voor de wat grotere kindjes staat hoger dan het speelgoed voor de baby’s.
Voor de kleintjes staan er boxen in de groep met speelgoed vanaf 0 jaar.
Aan tafel staan er meegroeistoelen met ieder een stoelverkleiner.

Slaapruimte.

Wij beschikken over 4 slaapkamers voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar.
De ledikanten die in de slaapkamers staan voldoen aan de Europese norm en zijn in hoogte verstelbaar.
Om de lucht gezond en zuiver te houden zullen we de vervuilde lucht moeten afvoeren, daarom moeten we de slaapkamers geregeld ventileren
Ook hier hebben wij grote ramen,zodat we dagelijks kunnen ventileren.

Regels en grenzen

In de groep op het kinderdagverblijf, gelden regels die zorgen voor regelmaat en structuur. Zo zal het kind merken dat hij andere kinderen niet mag slaan of dat hij niet alles mag zeggen. En er zijn algemene omgangsvormen waaraan hij zich moet houden.
Materiaal heeft een gebruiksaanwijzing en moet na gebruik opgeruimd worden.
Regels worden niet halsstarrig toegepast maar gebruikt om, met een knipoog naar het
ontwikkelingsniveau van het kind, te leren hoe kinderen zich in een groep moeten gedragen.
Elk kind moet aan de regels houvast hebben en aan grenzen veiligheid ervaren om daardoor
vrij in de speelse omgeving te kunnen experimenteren. Wanneer een leidster
het gedrag van een kind moet corrigeren doet zij dat altijd met uitleg op het niveau van het
betreffende kind.

 

Hoofdstuk 6 Organisatie en controle

Controle

Controle klinkt altijd als iets wat ongepast is.
Kunnen de leidsters en de directrices niet zelf beoordelen of ze iets goed doen?
Natuurlijk kunnen zij dat. Zij hebben een kritische kijk naar zichzelf! Zij beseffen echter
tegelijk dat het zicht op eigen werk éénzijdig is. Omdat er belangen van meerdere mensen
in het spel zijn en omdat er met meerdere mensen afspraken gemaakt zijn, is het logisch
dat ook meerdere mensen controleren of ieder zich aan die afspraken houdt of…zich op de
hoogte stellen van de reden waarom een afspraak niet door kan gaan.

Controle door de ouders.

Ouders zijn de 'betalende klanten' van De Vlindertuin. Zij mogen daarom controleren of zij
'waar krijgen voor hun geld'. Zij moeten beoordelen of de geboden opvang van hun kind in
redelijke verhouding staat tot de prijs die ervoor wordt betaald.
Ouders hebben als belangrijkste graadmeter hun kind zelf. Als het tevreden en opgewekt
thuis komt, zijn ouders in eerste instantie ook tevreden. Is het kind langere tijd mopperig of
humeurig dan gaan ouders zich afvragen of er iets niet in orde is. Zij gaan vervolgens op
onderzoek uit.
Naast informatie die ouders krijgen van hun kind, krijgen zij bij het ophalen of wegbrengen
een indruk van de sfeer waarin hun kind overdag verkeert.
Via het overdrachtsschriftje corresponderen ouders en begeleidster over de dagelijkse
dingen die hun kind meemaakt.
Ook is er een ideeënbus aanwezig, hierin kunnen ouders hun ideeën,tips en klachten kwijt..
Wanneer ouders iets wel of niet bevalt, kunnen zij altijd de leidster aanspreken.

Als een langer gesprek gewenst is, kunnen zijn een afspraak na kindtijd maken.
Leidsters staan open voor complimenten en kritiek omdat zij van mening zijn dat zij van
complimenten sterker worden en van kritiek beter.
Wanneer ouders voor hun opmerkingen onvoldoende gehoor vinden bij de leidster van hun
kind, kunnen zij contact zoeken met de directrices.

Controle door de eigenaresses.

De directrices zijn als eerste verantwoordelijk voor het welzijn en het goed kunnen
werken van de leidsters. Hun belangrijkste taak is voortdurend naar de leidsters te
kijken en te luisteren, daarin de vraag te ontdekken die de leidster stelt en dat binnen de
grenzen van de mogelijkheden van het kinderdagverblijf te bieden. Ook dit stelt hoge eisen aan sensitiviteit, concentratie en creativiteit.
De directrices houden oog op het kinderdagverblijf als geheel, controleren samen met de
leidsters of zaken gaan conform wet en regelgeving.
Zij kunnen zo op strategisch gebied maatregelen nemen en in samenhang met elkaar beleid
uitstippelen.
Zij zorgen voor een goed gebouw, goed personeelsbeleid en vooral voor de voortdurende update van het (pedagogische) beleid
In de vergaderingen zijn deze zaken bij regelmaat onderwerp van gesprek.


Externe controle

Er zijn verschillende organisaties die meekijken naar De Vlindertuin en de kwaliteit van het
werk.
De landelijke overheid heeft een aantal wetten gemaakt waaraan moet worden voldaan:
Arbeidsomstandighedenwet, Warenwet, Infectieziektewet, Wet Collectieve Preventie
Volksgezondheid, wet Klachtenrecht Zorginstellingen en als belangrijkste de Wet
Kinderopvang. Deze laatste wet regelt slechts in algemene termen waaraan de
kinderopvang moet voldoen.
De GGD is de controlerende instantie voor de Wet Kinderopvang, Convenant Kwaliteit, en
overige wetgeving inzake gezondheid, hygiëne, (brand) veiligheid,
speelgoed/speeltoestellen etc. Er is daarvoor een onderzoeksprotocol in ontwikkeling.
De GGD controleert ook of het kindercentrum zelf een risico-inventarisatie betreffende
veiligheid en gezondheid heeft gemaakt. In de rapportage moet ook een plan van aanpak
voorkomen.

De Gemeenten

Alle kindercentra dienen ingeschreven te zijn in het gemeentelijke register. Wanneer een
kindercentrum niet voldoet aan de kwaliteitseisen (GGD-toetsing) wordt het kindercentrum
uit het register verwijderd. Ouders komen alleen in aanmerking voor een overheidsbijdrage
en werkgeversbijdrage wanneer het kindercentrum in het register is ingeschreven.
Vanaf 1 januari 2005 moeten alle medewerkers in de kinderopvang een verklaring van goed
gedrag hebben.

Slotwoord

Pedagogiek is niet statisch. Kijk op kinderen en wat zij gaan leren verandert voortdurend.
Pedagogisch beleid vraagt daarom telkens om bijsturing.
Dit plan beschrijft hoe er de komende jaren gewerkt wordt. In 2010 peilen we of dit plan
geactualiseerd moet worden.
Leidsters en directie zorgen ervoor dat dit beleid wordt uitgevoerd.
Kinderen, ouders en externe instanties mogen ons daaraan houden.